Je kent het vast wel. Je zit in de auto en plotseling ga je compleet tekeer, terwijl je normaal gesproken altijd die attente, conflictvermijdende persoon bent met een luisterend oor voor iedereen. Of die momenten waarop je ineens explodeert, terwijl je jezelf zelden boos ziet worden. Dit zijn uitingen van een (hoogsensitief) persoon die rondloopt met onderdrukte woede.
De verborgen woede in je systeem
In 2014 schreef ik het boek “Ben ik boos, dan mag dat?”, waarin ik het fenomeen beschrijf van de introverte, hoogsensitieve persoon die rondloopt met een boel onderdrukte woede. Een woede waar je misschien geen weet van hebt, maar die zich op andere manieren manifesteert in je leven.
Die onderhuidse woede heeft altijd een link naar iets wat je met je meedraagt. In mijn beleving is dit de pijn die nog niet is verwerkt. Pijn die je, vaak onbewust, hebt weggestopt. Die pijn maakt het moeilijk om grenzen aan te geven, om voor jezelf op te komen.
En let wel: dit geldt niet alleen voor introverte hsp’ers. Ook extraverte hoogsensitieve personen kunnen heel explosief zijn en snel aangeven wat hen niet lekker zit, maar ondertussen toch niet exact het pijnpunt in zichzelf weten te raken. Ze projecteren hun woede op allerlei zaken om hen heen, zonder bewust te zijn van waar het exact vandaan komt.
De innerlijke criticus: Een stem die je overneemt
In mijn praktijk ontvang ik cliënten die rondlopen met een sterke innerlijke criticus. Een deel van jou dat met name je hele hoofd bewoont. Eigenlijk ben je gewoon een rondlopende innerlijke criticus op een lichaam.
Het is niet leuk. Het is verschrikkelijk. Ik ben zo begaan met mensen die rondlopen met zo’n krachtige, veroordelende stem. Het bizarre is dat je al zo lang daarmee rondloopt en eigenlijk niet exact weet waar dat vandaan komt.
Het meest verschrikkelijke aan de aanwezigheid van de innerlijke criticus is dat mensen gaan geloven dat zij zo zijn. Dat ze pessimistisch in het leven staan, dat ze kritisch zijn, dat ze perfectionistisch zijn. Maar in werkelijkheid zijn ze op een bepaald moment gaan geloven dat die veroordelende stem gewoon erbij hoort.
Waar ik van uitga is dat je een leven kunt leiden met een prettige, liefdevolle stem die jou continu ondersteunt, die je motiveert, die je stimuleert om fijne en leuke dingen te doen. Die stem is er wel, maar is nog zo klein en neemt nog zo weinig ruimte in wanneer je innerlijke criticus de overhand heeft.
Hoe herken je de innerlijke criticus?
Hoe weet je of jij rondloopt met een sterke innerlijke criticus? Die innerlijke criticus is scherp op het geven van zelfkritiek. Je denkt iets, of je zegt iets, je doet iets en gelijk gaat de stem eroverheen:
- “Je bent een watje”
- “Je bent dom”
- “Je had het slimmer moeten aanpakken”
- “Je moet nog veel harder werken”
- “Laat maar zien wat je kan”
Die stem gaat er direct overheen en er blijft helemaal niets meer van je over. Je voelt je teleurgesteld in jezelf, terwijl het best kan zijn dat je het hartstikke goed hebt gedaan. Maar de innerlijke criticus is gericht op prestatie.
Hij, zij, dat deel in jou wil presteren, wil steeds een treetje hoger, wil laten zien wat hij allemaal kan en nog beter kan en nog slimmer kan. In werkelijkheid is dat eigenlijk heel erg vermoeiend, maar je kunt hier jarenlang mee rondlopen en alle ballen hoog houden, terwijl je niet doorhebt dat je leeg wordt gezogen door zo’n sterke kritische stem in jou.
De oorsprong van de innerlijke criticus
Vaak ontstaat de innerlijke criticus al in je jeugd. Bijvoorbeeld bij de overgang van de lagere school naar de middelbare school, een grote overgang voor veel kinderen. Als je dan gevoelig bent, komt de omgeving van de middelbare school heel heftig op je af.
Op het moment dat je nog eigenlijk heel kind, lief en oprecht bent en je komt in zo’n omgeving terecht, dan kan het zijn dat je je sterk wilt houden. Je besluit: “Ik wil bij de populaire groep horen, daar voel ik me veilig, zij komen sterk over.”
Dit patroon zet zich voort in je volwassen leven. Op de werkvloer neig je naar het behalen van een bepaalde status, je wilt meepraten. Maar juist in contact met mensen of organisaties die je bewondert, voel je je klein en minderwaardig. Je twijfelt aan jezelf, slaat dicht, komt niet uit je woorden. En achteraf denk je: “Waarom heb ik niet gewoon mijn kennis en kunde gedeeld? Waarom heb ik niet voor mezelf opgekomen?” En gelijk komt die kritische stem er weer overheen.
Compassie voor je innerlijke criticus
Wat ik je met dit schrijven wil meegeven: laten we met z’n allen wat meer compassie kweken voor de innerlijke criticus. Die innerlijke criticus is namelijk bang. Hij of zij is zo bang, bang om afgewezen te worden, bang om niet gezien te worden voor wat die kan, voor wie die is.
Op het moment dat je je dat realiseert, kun je met meer compassie kijken naar dat deel in jou. Zie het als een deel dat is ontstaan tijdens je jeugd, als een manier om jou te beschermen tegen een wereld waar jij bang voor bent. Die stem probeert eigenlijk het beste in jezelf omhoog te halen door zo kritisch te zijn.
Maar op een gegeven moment is het vat vol en kun je niet meer. Dan dien je de balans te herstellen tussen het laten groeien en voeden van de liefdevolle stem in jou en het verminderen van die kritische stem.
De onderliggende woede
Nu wil ik het hebben over het deel woede dat meespeelt. Angst is een emotie die ervoor kan zorgen dat de woede die vaak eronder zit, er niet kan zijn. En waardoor kan die er niet zijn?
De mensen die bij mij komen en die ik begeleid bij hun emotionele ontwikkeling, zijn vaak de mensen die het meest gevoelig waren in het gezin waarin zij zijn opgegroeid. Juist omdat ze het meest gevoelig waren, kwamen de andere dominante karakters en personen als een bulldozer over hen heen.
Als aan de basis van dit gezin één of twee ouders stonden met bepaalde overtuigingen zoals “niet huilen”, “je doet wat ik zeg” en “niet zeuren, maar doorgaan”, hoe veilig groei je dan op in een gezin? Hoe is het voor een kind om afgekapt te worden wanneer het super blij is en staat te springen van plezier? Je stem wordt gesnoerd en vervolgens gaat angst een eigen leven leiden.
Als je als enige in het gezin opgroeit als de meest gevoelige, hoe moeilijk is het dan om voor jezelf op te komen? De meeste mensen kiezen ervoor om zich stil te houden en het op hun eigen manier op te lossen.
En dat is het mechanisme dat achter die innerlijke stem zit. Het heeft zich ontwikkeld door de jaren heen en blijft die innerlijke criticus voeden: “Blijf maar bang, want dat is veel veiliger om eventuele enorme conflicten en woede in jezelf en de ander te vermijden.”
Het kan ook anders
Die innerlijke criticus kan verdwijnen. Langzaamaan verdwijnen wanneer je beseft dat je ook boos mag zijn over zaken die voor jouw ontwikkeling anders hadden moeten lopen toen je een kind was.
In mijn praktijk zet ik zittende en staande oefeningen of ademhalingssessies in. En langzaamaan groeit het besef dat je boos mag zijn. Hoe geweldig is het om te zien dat iemand dan daadwerkelijk die frustratie eruit kan gooien – de bron van frustratie die ten grondslag ligt aan die innerlijke criticus.
In plaats van altijd jezelf de schuld te geven, kritisch te zijn op jezelf en te denken dat jij het beter had kunnen doen, kun je die schuld, die frustratie en irritatie, die felle diepe woede, uiten richting de personen die een impact hadden op jouw persoontje. (in mijn praktijk, niet in de realiteit) Op hoe jij jezelf door de jaren heen hebt moeten ontwikkelen om jezelf staande te houden, om te overleven.
De weg naar herstel
Op het moment dat die woede er kan zijn, er mag zijn, dat je die langzaamaan steeds meer voelt en dat je er uiting aan geeft – door een kreet of in een gesprek – dan groeit in jou het besef dat je het mag uiten.
En als je die woede uit, en ik heb dit al zo vaak gezien: dan wordt de angst die heel groot was, kleiner en kleiner. Die woede zegt eigenlijk: “Rot op, ga weg.” Je komt tot een diep besef: ik wil niet meer altijd bang zijn, ik wil niet altijd mezelf overwerken, ik wil niet altijd alles perfect doen.
Die woede vertelt jou dat jij als hoogsensitief persoon jouw emotionele grenzen hebt en dat jij je intieme zone hebt en dat niemand daar zonder toestemming overheen mag gaan. Want elke keer dat je dat toelaat omdat je nog niet helemaal bewust bent, komt het keihard binnen.
Een vraag die vaak wordt gesteld
Een vraag die ik heel vaak krijg in mijn praktijk: “Als ik hieraan ga werken, moet ik dit dan vertellen aan de dierbaren die invloed hadden op de ontwikkeling van mijn innerlijke criticus?”
Mijn antwoord is altijd: je vertelt het alleen als jij zelf voelt dat je dat wilt doen. Ik zal je nooit de opdracht geven om dat te doen. De mensen die bij mij komen gaan door zo’n diep emotioneel ontwikkelingsproces, dat ze dat voor zichzelf dienen te verwerken.
Het uiten van woede, het uitbarsten in tranen nadat die woede is geuit, dat gebeurt hier in een veilige omgeving. Met behulp van herinneringen, beelden die in je opkomen, en begeleide visualisaties.
Want wat vaak het geval is: je dierbare is er niet klaar voor. Jij hebt ervoor gekozen om dit voor jezelf te onderzoeken vanuit een bepaald bewustzijn. Maar heeft die ander er ook voor gekozen?
Bespreek het alleen met mensen waarbij je je 100%, 200% veilig voelt. Want het verwerken van emoties zoals woede en angst is heftig. Er gaan oogkleppen van je af en voor jezelf is het al nieuw. Ga het eerst voor jezelf aan.
Tot slot
Laat me één ding meegeven: zet liefde op nummer 1. Weet dat je liefde bent. Weet dat jij goed bent. En dat op het moment dat je beseft dat je jezelf liefde kunt geven, dat je dan niet meer hoeft te leven vanuit angst en dat kritische stemmetje…dan kun je eindelijk jezelf zijn.
Wil je in staat zijn om de stem van de innerlijke criticus te parkeren om vanuit je liefdevolle stem te voelen, kiezen en handelen? Boek de introductiesessie om mee te beginnen en overweeg vervolgens dit transformerende traject.
Met Com-Passie,
Chungmei